Historisch Centrum Sociaal Werk
Zonder verleden geen toekomst
NL | EN

Er bestaat in het sociaal domein zoiets als historical based evidence

Historisch Centrum Sociaal Werk wil ahistorisch tij keren

door Jos van der Lans | geplaatst 5 januari 2026  |   verschenen in Zorg + Welzijn op 4 augustus 2026. 

Twee jaar geleden kreeg ik de kans om het archief van opbouwwerkvoorman Wil van de Leur op orde te brengen. Hij behoorde begin jaren zestig  tot de eerste generatie studenten die zich op de sociale academie specialiseerde in opbouwwerk. Vanaf 1968 zette hij in Leeuwarden het opbouwwerk op de kaart. In 1978 trok hij naar Den Haag, waar hij vanaf 1981 directeur was van het Landelijk Platform/Centrum Opbouwwerk. In die functie publiceerde hij vele tientallen artikelen en initieerde hij tal van innovatieve projecten en buurtgerichte initiatieven. Hij overleed in 2007. Nadat in 2023 ook zijn vrouw Ineke kwam te overlijden, stelde zijn dochter Manon zijn uitgebreide, maar ongeordende archief ter beschikking aan de Canon sociaal werk. Zie de Canon-podcast: Het archief van Wil van de Leur.

Zo kwam het dat ik mijzelf terug vond tussen vele dozen met papieren en een kleine honderd boeken voornamelijk uit de jaren zeventig en tachtig. De bedoeling was dat ik daar een raadpleegbare bibliotheek van zou maken, met keurige omschrijvingen over wat er in de boeken stond. Een voor een nam ik de boeken en brochures ter hand, bestudeerde de inhoud en maakte er een korte notitie over om in de onlinecatalogus op te nemen.

Hoe meer boeken er op de geordende stapel belandde, hoe groter mijn verbazing. Ik zag publicaties passeren over bewonersparticipatie in buurten, over gemeenschapsvorming, community building, buurtwerk, het beheer van wijkcentra, over democratie in wijken, over … ja eigenlijk over alle onderwerpen die vandaag de dag nog steeds miljoenen megabites opslokken. Het is voer voor beleidsgesprekken en documenten over ‘de sociale basis’, over wijkgericht werken, over samenwerking tussen bewoners en sociale professionals in buurten. Alleen heb je niet de indruk dat de hedendaagse beleidsmakers, onderzoekers en buurtprofessionals veel weet hebben van de geschriften die nog geen veertig jaar geleden door een hele generatie onderzoekers, opbouwwerkers en wetenschappers zijn voortgebracht. Ze lijken uit het collectieve geheugen verdwenen. Men heeft er geen idee van.

Het verleden te grabbel gegooid

Ons historisch geheugen wordt vandaag de dag gevoed door wat google en andere AI-technologieën ons voortoveren. Dat is ongelooflijk veel, daarover geen misverstand. Maar de schat aan informatie die Wil van de Leur bijeen had verzameld vind je er niet of nauwelijks in terug. Dat is kennis die nog het vermogen had om op boekenplanken te verstoffen en in een bibliotheek te wachten op iemand die de moeite nam om het tot zich te nemen.

Maar welke consultant, onderzoeker, student, beleidsmedewerker of sociale professional bezoekt tegenwoordig nog een bibliotheek? Sterker, op hogescholen, waarvan je zou verwachten dat ze voor hun studenten en docenten toch iets van al die mooie buurtstudies zouden bewaren, heeft een ongekende opruimwoede toegeslagen waardoor vele tienduizenden boeken bij het grofvuil zijn gezet. Het argument: ruimte gebrek en ja…. er was toch nauwelijks vraag naar.

Zo hebben we het verleden te grabbel gegooid en blinken we in het sociale domein tegenwoordig uit in het creatief uitvinden van het wiel. En natuurlijk, het verleden biedt geen pasklare oplossingen voor hedendaagse vraagstukken, maar om nu te doen alsof al die ooit verzamelde kennis niet bestaat of kennelijk niet de moeite van het raadplegen waard is, is wel het andere uiterste.

Het zou toch zomaar kunnen dat er in al die geschriften van de jaren zeventig en tachtig kennis ligt opgesloten die wel degelijk bruikbaar is om de hedendaagse pleidooien over gemeenschapskracht, samenlevingsopbouw en community building op hun waarde te schatten. Al was het maar omdat er mogelijkerwijs boodschappen in verborgen liggen waardoor je al te hoge en misschien wel te romantische verwachtingen over wat burgers met elkaar in de sociale basis van een wijk kunnen opbrengen op basis van historische ervaringen zou kunnen temperen.  

Willekeur, vernedering en vriendjespolitiek aan banden

We zijn het – dankzij de zoekmachines  en intelligente chatboxen – ontwend om ons te beseffen dat we in een geschiedenis leven, dat er altijd iets aan ons hedendaagse bestaan vooraf is gegaan. Daarom zien we de verzorgingsstaat eerder en liever als een bureaucratisch moloch, een sta in de weg in ons dagelijks leven, als een nagenoeg onneembare systeemwereld dan als een historisch product waarover strijd gevoerd is, een systeem dat emancipatie mogelijk heeft gemaakt en willekeur, vernedering en vriendjespolitiek aan banden heeft gelegd. We zijn zo ondergedompeld in tijdloze informatie die zich elk moment aan ons opdringt dat we het vermogen om historisch te denken langzaam maar zeker kwijt raken. Ja, in die gedigitaliseerde mindset zijn bibliotheken op de beroepsopleidingen eerder een sta in de weg dan een te koesteren schat. Dan is de rechtsstaat ook gewoon een verschijnsel waarover je schouders kunt ophalen. Dan is het zicht op een groter historisch  verhaal zoek en neem je de wereld de maat met je individuele emoties en privé-ervaringen. Dan krijg je die onverschilligheid die de oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel ooit treffend samenvatte als “Met mij gaat het goed, maar met de samenleving gaat het slecht’.

Om weerstand te beiden tegen deze ontwikkelingen ben ik samen met anderen inmiddels een kleine twintig jaar geleden de Canon sociaal werk begonnen. De aandacht voor de geschiedenis van het sociaal werk verslapte, bij fusies en reorganisaties werden hele archieven door de papierversnipperaar gehaald, op de website van instellingen op het terrein van zorg en welzijn kwam je nauwelijks nog enige verwijzing tegen naar het verleden. In de digitaliserende wereld van het Nieuwe Publieke Management, van economisering van menselijke betrekkingen, van concurrentie en schaalvergroting speelden geschiedenissen geen rol van betekenis. ‘Prestaties uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst’, was lange tijd een gevleugelde  uitdrukking in kringen van manager en bestuurders. In de newspeak van efficiency en doelmatigheid moest met het verleden eerder afgerekend worden dan dat daar nog enigerlei inspiratie in de vinden zou zijn.

De Canon wilde daar tegenwicht aan bieden in de overtuiging dat in het verleden wel degelijk argumenten liggen om het sociaal werk te legitimeren. Zou het niet zo kunnen zijn dat het zelfs in onze achterstandswijken nog altijd redelijk goed toeven is (zeker in vergelijking met veel buitenlanden) dankzij de inzet van welzijnswerk, van buurtwerk, van sociaal werk, van maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners? Zou het niet zo kunnen zijn dat de armoede in ons land minder diep is omdat we ooit een vangnet hebben geïnstalleerd? Zou het niet zo kunnen zijn dat we eigenlijk weinig ongeregeldheden in probleemwijken zien omdat we tegen overlast van jongeren in bepaalde wijken een beproefd middel hebben om escalatie te voorkomen: namelijk de inzet van jongerenwerkers? Kunnen we uit de geschiedenis niet leren dat opbouwwerkers die zich langdurig in een wijk vestigen en een netwerk van relaties en lokale kennis tot stand brengen en daarmee sociaal kapitaal opbouwen dat dat bijdraagt aan de leefbaarheid van de wijk (en dus de gezondheid van haar bewoners) en dat je die verworvenheid niet steeds met vierjarige aanbestedingen op het spel moet zetten? Zou het niet zo kunnen zijn dat er naast het door de technocraten bewierookte  evidence based werken er ook een andere, misschien wel overtuigender bewijsvoering bestaat: historical based evidence.[1]

Documenteren is niet voldoende

Met de Canon sociaal werk hebben we de afgelopen twintig jaar een enorme schat (meer dan 3000 webpagina’s) aan historische informatie verzameld waardoor de brug naar de geschiedenis voor wie wil toegankelijk gemaakt is. We hebben er in ieder geval voor gezorgd dat er veel niet verloren is gegaan en zien tot ons grote genoegen dat de ChatGPT’en van de moderne wereld  daar ook dankbaar gebruik van maken. Ook het archief van Wil van de Leur is op deze manier toegankelijk gemaakt, hoewel je voor de boeken nog wel een reis het kantoor van de Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW) in Utrecht moet maken.

Maar documenteren is niet voldoende. Wat we zouden willen is de historische state of mind herstellen. Dat het weer normaal wordt dat als je een baan krijgt in een sociaal wijkteam dat je actief verbinding zoekt met de geschiedenis van die wijk, met de verhalen van mensen die er hun levens hebben gesleten, dat je gevoel krijgt voor de iconische gebouwen, voor de geschiedenis van ontmoetingsplekken, want feeling daarvoor maakt je een completere en alertere wijkprofessional. Die stap wil de Canon sociaal werk (samen met de BPSW en Movisie) maken met de ontwikkeling van het Historisch Centrum Sociaal Werk, het HCSW.

Het Centrum wil een actieve toe-eigening van de geschiedenis gaan stimuleren, in het onderwijs, in de beleidspraktijk en ja ook in de microcontacten van het sociaal werk, in de schuldhulpverlening, de keukentafelgesprekken. Want natuurlijk hoef je daarvoor niet direct kennis te hebben van de praktijk van de huisbezoekers aan het einde van de negentiende eeuw, of van de sociaal casework-uitgangspunten die na de tweede wereldoorlog richting gaven aan het maatschappelijk werk. Maar in alle dilemma’s waar je voor kunt komen te staan kan het geen kwaad om te weten dat er al anderhalve eeuw geworsteld wordt met de  vraag hoe en op welke manier je kan doordringen tot  de levens van anderen en hoe je daarin vertrouwen en respect verwerft. Daar hebben in de ruim een eeuw dat het professionele sociaal werk in Nederland op de werkvloeren van onze samenleving professioneel actief is vele tienduizenden professionals ervaring mee opgedaan, met vallen en opstaan. Maar ook met voortschrijdend inzicht. Dat is een schat aan professionele ervaringskennis, waarvan het zonde is om die niet te delven. Dat is wat het HCSW wil gaan organiseren, in het onderwijs, op de universiteiten, in de beroepsopleidingen, in instellingen waar sociale professionals dagelijks hun werk verrichten. Want, zoals de wijze Marie Kamphuis, pionier van het maatschappelijk werk in Nederland, het ooit treffend zei: ‘Men weet van de toekomst altijd evenveel als het inzicht in het verleden reikt.’

 

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en journalist. Hij is eindredacteur van de Canon sociaal werk en een van de initiatiefnemers van het Historisch Centrum Sociaal Werk, dat in 2025 van start is gegaan. Hij publiceerde in maart 2026 een overzicht van de moderne geschiedenis van sociaal werk. Kijk daarvoor op deze pagina. 

 



[1] In een uitgebreid essay in het jaarboek Wat werkt nu werkelijk? Politiek en praktijk van sociale interventies van het Tijdschrift voor sociale vraagstukken uit 2012 heb ik geprobeerd deze gedachtegang te concretiseren naar een aantal historical based-principes van het sociaal werk. 

Bestel nu

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Van der Lans leidt ons op een verhelderende wijze door de geschiedenis van mensen, niet alleen professionals, die werken aan een rechtvaardiger samenleving.’

Fresco Sam-Sin bij OVT