Iconische buurtmakers
Wie heeft er een blijvend stempel gedrukt op de samenlevingsopbouw? Grondleggers en voortrekkers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een vakgebied. In deze serie, oorspronkelijk gepubliceerd op Buurtwijs, portretteert Henk Krijnen buurtmakers die op een eigenzinnige en unieke manier hun sporen hebben verdiend.
HELENA MERCIER
In de tweede helft van de twintigste eeuw is het geïnstitutionaliseerde opbouwwerk vooral een mannenberoep. In het vroege sociaal werk - dat een sterk buurtgericht karakter heeft - spelen vrouwen juist een sleutelrol. Helena Mercier is van deze generatie de invloedrijkste pionier. Haar ideeën over volksontwikkeling, buurtwerk en professionele ondersteuning zijn baanbrekend. Als publicist én hervormer brengt zij die denkbeelden ook in de praktijk.
Helena Mercier groeit op in een welgesteld Amsterdams koopmansgezin. Haar jeugd verandert ingrijpend wanneer haar vader overlijdt en het gezin in financieel zwaar weer komt te verkeren. De vijftienjarige Helena moet haar schoolopleiding afbreken om thuis in de huishouding te gaan werken. Die plotseling ontstane situatie maakt diepe indruk op haar. Zij ervaart aan den lijve hoe kwetsbaar de maatschappelijke positie van vrouwen is en hoe snel toekomstperspectieven kunnen verschrompelen.
Autonoom bestaan
Helena herpakt zich. Na enkele jaren bereidt zij zich via zelfstudie voor op het onderwijzersexamen. Onderwijs ziet zij als een weg naar zelfstandigheid. Door de uitoefening van een beroep kan ze een zelfstandig bestaan opbouwen. Tegelijkertijd kan ze maatschappelijk nuttig werk doen. Kort voor het examen krijgt zij echter een ernstige mentale inzinking, waardoor opnieuw een zorgvuldig opgebouwd toekomstperspectief verloren lijkt te gaan.
Deze opeenvolgende tegenslagen blijken later bepalend voor Merciers ontwikkeling. Zij ervaart van dichtbij hoe sterk maatschappelijke omstandigheden de kansen en ontplooiingsmogelijkheden van mensen beïnvloeden. Rond haar dertigste vindt zij geleidelijk haar evenwicht terug. Ze leest intensief, verdiept zich in filosofie, geschiedenis en sociale vraagstukken en groeit, zonder universitaire opleiding, uit tot een gezaghebbend publicist. Door haar heldere stijl en scherpe analytische blik wordt zij een belangrijke stem in het debat over de sociale kwestie.
Vrouwenemancipatie
Vanaf 1870 publiceert Mercier onder het pseudoniem Stella vele kritische artikelen. Zij verzet zich tegen het beperkte burgerlijke vrouwenbestaan, waarin opleiding en maatschappelijke ontplooiing nauwelijks ruimte krijgen, en pleit voor een gelijkwaardige positie van vrouwen.
Sociaalliberaal Arnold Kerdijk, hoofdredacteur van het gezaghebbende Sociaal Weekblad, brengt Mercier verder in aanraking met de sociale kwestie. De gedachte dat de overheid mensen moet ondersteunen zonder hun eigen initiatief weg te nemen, sluit aan bij haar opvattingen. Als redacteur van het blad krijgt zij een podium om die uit te werken.
Mercier geeft daarbij een nieuwe invulling aan de rol van vrouwen. Zorgzaamheid, verantwoordelijkheidsgevoel en inlevingsvermogen zijn voor haar geen reden om hen binnenshuis te houden. Het zijn kwaliteiten die passen bij professioneel sociaal werk. Niet liefdadigheid maar deskundigheid moet de grondslag vormen. Daarmee opent zij een nieuw maatschappelijk werkterrein voor vrouwen.
Van theorie naar praktijk
Ook belangrijk is haar vriendschap met feministe Aletta Jacobs. De eerste vrouwelijke arts van Nederland neemt Helena mee op haar tochten door Amsterdamse volksbuurten. Wandelend door de Jordaan en andere arme buurten zien zij van dichtbij hoe armoede, overbevolking en slechte woonomstandigheden het dagelijks leven van arbeidersgezinnen bepalen. Voor haar vormen deze bezoeken een keerpunt: de sociale kwestie krijgt gezichten, namen en verhalen.
Voortaan baseert Mercier haar visie niet alleen op studie en publicaties, maar ook op directe waarneming. In het contact met bewoners leert zij dat sociaal werk begint bij aandachtig kijken en luisteren: eerst de omstandigheden en ervaringen van mensen begrijpen, pas daarna oordelen en handelen. Die houding geeft richting aan haar werk en klinkt later door in het buurtgericht werken.
Sociaal werk als serieus beroep
In 1884 schrijft Mercier dat zij in de sociale kwestie het onderwerp heeft gevonden waaraan zij haar leven wil wijden. Goedbedoeld idealisme en traditionele filantropie schieten volgens haar tekort. Zorgvuldig sociaal werk vraagt om deskundigheid, zelfkennis en maatschappelijk inzicht.
Sociaal werkers moeten zich hoognodig een professionele houding eigen maken. Hun relatie met bewoners mag nooit en te nimmer berusten op persoonlijke gunsten. Een combinatie van wederzijds respect, vakmanschap en vertrouwen hoort de basis te vormen. Aldus formuleert Mercier al vroeg uitgangspunten voor de latere professionalisering van het maatschappelijk werk. Zij neemt het initiatief tot de eerste beroepsopleiding in Nederland: de School voor Maatschappelijk Werk. Zo helpt zij de grondslag te leggen voor een beroep dat in de twintigste eeuw een belangrijke schakel wordt tussen burgers, samenleving en overheid.
Wonen is een sociaal recht
Ook in de volkshuisvesting behoort Mercier tot de vernieuwers van haar tijd. Al in 1887 betoogt zij dat een goede woning meer is dan een dak boven het hoofd. Een gezonde, ruime en betaalbare woning is een voorwaarde voor menselijke waardigheid, gezinsleven en maatschappelijke ontplooiing.
Mercier ziet wonen als een sociale opgave. De kwaliteit van een buurt wordt niet uitsluitend bepaald door woningen; openbare ruimte, groen en ontmoetingsmogelijkheden zijn minstens zo belangrijk. Ze is aanhanger van het ideaal van tuinsteden. Hiermee beklemtoont zij dat sociale vooruitgang mede begint bij de kwaliteit van de leefomgeving.
Zij brengt haar ideeën ook in de praktijk. In 1896 helpt zij de N.V. Bouwonderneming Jordaan oprichten, een vroege woningcorporatie. Daarnaast staat zij mede aan de wieg van het stelsel van woningopzichteressen. Deze sociaal werksters onderhouden nauwe banden met bewoners en ondersteunen hen bij vragen over wonen, gezondheid en gezinsleven. Daarin klinkt het beschavingsideaal van haar tijd door. Bij Mercier gaat sociale verheffing samen met normen over huishouding, opvoeding en orde.
De buurt belangrijk werkterrein
Merciers kennismaking met het Engelse Toynbee Hall heeft grote invloed op haar denken over buurtgericht werken. Dit volkshuis, in 1884 opgericht in het arme East End van Londen, brengt studenten, academici en wijkbewoners in aanraking met elkaar. Door in de wijk samen te leven, leren zij elkaars leefwereld beter kennen. Niet liefdadigheid staat centraal, maar gemeenschappelijk werken aan sociale vooruitgang.
Voor Mercier is volksontwikkeling geen eenrichtingsverkeer van boven naar beneden. Dat wijkbewoners moeten leren en zich moeten ontwikkelen, staat vast. Maar ook beter gesitueerden hebben de opdracht zich te verdiepen in het leven, de ervaringen en de omstandigheden van anderen. Juist de focus op wederkerigheid maakt haar benadering vernieuwend.
In 1892 is zij de drijvende kracht achter Ons Huis in de Amsterdamse Jordaan, het eerste volkshuis van Nederland. Deze ‘volksacademie’ biedt cursussen, lezingen, muziek, ontspanning en praktische vorming. Bewoners kunnen er hun intellectuele, culturele en maatschappelijke capaciteiten ontwikkelen. Kort daarna ontstaan ook in andere steden volkshuizen.
Ons Huis is geen liefdadigheidsinstelling. Het is een ontmoetingsplaats waar bewoners hun talenten ontplooien en van waaruit ze hun leefomgeving kunnen verbeteren. Door persoonlijke vorming en buurtwerk in elkaar te schuiven, introduceert Mercier een werkwijze die in latere tijden een vast onderdeel wordt van de samenlevingsopbouw. Zij ziet de buurt niet alleen als woonomgeving, ook als een gemeenschap waarin mensen elkaar ontmoeten, van elkaar leren en gezamenlijk aan een betere samenleving bouwen.
Sociale verheffing
Helena Mercier maakt van maatschappelijke betrokkenheid haar levenswerk. Persoonlijke ervaringen met verlies, afhankelijkheid en gemiste kansen voeden haar geloof in de mogelijkheden van mensen. Zij brengt verschillende terreinen samen: vrouwenemancipatie, volkshuisvesting, maatschappelijk werk en buurtontwikkeling. Juist die brede en samenhangende benadering is voor haar tijd ongewoon vernieuwend.
Haar denken is niet vrij van het paternalisme van haar tijd. Toch probeert Mercier haar burgerlijke achtergrond bewust te overstijgen en aansluiting te zoeken bij de leefwereld van arbeiders en wijkbewoners. Zij vervangt liefdadigheid door professionaliteit en maakt van sociaal werk een vak dat kennis, discipline en betrokkenheid vereist. Niet spreken over mensen, maar werken met mensen wordt haar motto.
Helena beleeft niet meer hoe maatschappelijk werk en buurtgericht werken in de twintigste eeuw verder vorm krijgen. Veel ideeën die later vanzelfsprekend worden, formuleert, verdedigt en beproeft zij al tientallen jaren eerder. Sterke buurten ontstaan volgens haar waar mensen elkaar ontmoeten, zich kunnen ontplooien en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving.
Helena Mercier is een sociaal hervormster van formaat. Zij behoort tot de eerste denkers én doeners die de buurt beschouwen als de plek waar sociale samenhang, persoonlijke ontwikkeling en burgerschap elkaar versterken. Vernieuwend is vooral de manier waarop zij emancipatie, professioneel vakmanschap en gemeenschapsvorming overtuigend met elkaar verbindt.
Auteur: Henk Krijnen
Publicatiedatum: 28 april 2026
