Iconische buurtmakers
Wie heeft er een blijvend stempel gedrukt op de samenlevingsopbouw? Grondleggers en voortrekkers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een vakgebied. In deze serie, oorspronkelijk gepubliceerd op Buurtwijs, portretteert Henk Krijnen buurtmakers die op een eigenzinnige en unieke manier hun sporen hebben verdiend.
MOHAMED RABBAE
Als elfjarige jongen loopt Mohamed Rabbae al mee in demonstraties tegen het Franse koloniale gezag in Marokko. Nadat hij in 1966 naar Nederland komt, zet hij zich onvermoeibaar in voor de emancipatie en het volwaardig burgerschap van arbeidsmigranten. Als bestuurder, belangenbehartiger en later politicus wordt hij een gezaghebbende stem in het debat over integratie en burgerschap. Minder bekend is dat hij ook een belangrijke bijdrage levert aan het multiculturele opbouwwerk.
Mohamed Rabbae wordt op 8 maart 1941 geboren in Berrechid, ten zuiden van Casablanca. Als jonge man keert hij zich tegen de repressie van het koloniale bewind. Hij leert dat vrijheid, democratie en rechtvaardigheid alleen standhouden wanneer mensen bereid zijn ervoor op te komen.
Zijn vader, afkomstig uit een familie van landarbeiders, weet op te klimmen tot privéchauffeur voor grootgrondbezitters. Zijn moeder is ongeletterd. Ondanks hun geringe opleiding en lage maatschappelijke status willen beide ouders graag dat hij doorstudeert.
Degelijke vorming
Dankzij een beurs bezoekt hij een lyceum in Casablanca. Het onderwijs is sterk Frans georiënteerd maar besteedt ook aandacht aan de islamitische traditie. Hij heeft weinig op met de in zijn ogen gemakzuchtige anti-godsdienst-houding van een deel van zijn medeleerlingen. Voor hen is religie achterhaald. Mohamed daarentegen heeft oog voor de sociale betekenis van de islam. Zo is de ramadan voor hem iets bijzonders, ook vanwege de gezelligheid ’s avonds in de stad.
Voor Rabbae is godsdienst wel een privézaak: ”Waarom zou mijn islamitische gelijk absoluut zijn, of op een hoger niveau staan dan andere religies?” Geloof behoort volgens hem tot de persoonlijke levenssfeer en hoort niet te worden gebruikt om anderen uit te sluiten.
Bewuste keuze
In het begin van de jaren zestig studeert Mohamed rechten en filosofie aan de universiteit van Rabat. Na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 slaat de hoop op democratisering om in politieke repressie. Tijdens het broodoproer van Casablanca in 1965 ziet Rabbae dat militairen hard optreden tegen demonstranten. Dit bevestigt hem in zijn overtuiging dat democratie en mensenrechten voortdurend verdedigd moeten worden. Hij sluit zich aan bij de linkse studentenbeweging.
Wanneer het regime de druk verder opvoert, besluit hij zijn toekomst elders te zoeken. In 1966 vertrekt Rabbae naar Nederland. Hij is dan nog niet afgestudeerd. Dit persoonlijke besluit heeft geen economische achtergrond en is in eerste instantie ook niet definitief. Het is vooral een politieke keuze. Ook wil hij de dienstplicht ontlopen.
In zijn eerste jaar in Nederland is hij brandweerman op de NDSM-scheepswerf, kofferverkoper bij V&D en arbeider in een conservenfabriek. Na ongeveer een jaar gaat hij economie aan de Universiteit van Amsterdam studeren. Hij hoopt later terug te keren naar een democratischer Marokko. Na enkele jaren echter besluit hij zijn toekomst in Nederland op te bouwen.
Na zijn doctoraalexamen kiest Mohamed bewust voor het welzijnswerk voor buitenlandse werknemers. Voor hem houdt dit meer in dan het bieden van praktische hulp. Arbeidsmigranten hebben volgens hem vooral behoefte aan erkenning als volwaardige burgers. Hij ziet het welzijnswerk als een sterke schakel tussen nieuwkomers, overheid en samenleving.
Eerste directeur met een migratieachtergrond
In 1975 wordt Rabbae directeur van de Stichting Buitenlanders West-Brabant in Breda. Daarmee is hij de eerste directeur van niet-Nederlandse afkomst binnen het landelijke netwerk van regionale welzijnsstichtingen. In Breda geeft hij leiding aan ontmoetingscentrum Incom. Dit centrum groeit uit tot een plaats waar migranten elkaar ontmoeten en waar zij hulp krijgen bij het vinden van hun weg in de Nederlandse samenleving. Voor Rabbae is Incom meer dan een voorziening. Het is een plek waar ontmoeting, zelforganisatie en participatie in elkaar overvloeien.
Terwijl veel beleid nog uitgaat van tijdelijk verblijf ziet Rabbae al vroeg in dat de meeste migranten hun toekomst in Nederland zullen opbouwen. Dat vraagt niet om tijdelijke opvang, wel om duurzame participatie in de Nederlandse samenleving.
Ook landelijk laat hij van zich horen. Hij zet zich in voor de 182 Kerk-Marokkanen en pleit consequent voor een menswaardige behandeling van arbeidsmigranten. Zijn optreden is principieel, zonder op polarisatie gericht te zijn. Hij kiest steeds voor dialoog en probeert mensen en organisaties met elkaar te verbinden.
Boegbeeld van een nieuwe fase
In 1982 wordt Rabbae directeur van het in 1974 opgerichte Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB). In de twaalf jaar dat hij leidinggeeft aan deze organisatie wordt hij het bekendste gezicht van de migrantenorganisaties in Nederland. Hij zoekt steeds de verbinding tussen migrantengroepen, maatschappelijke organisaties en overheden.
De eerste jaren staan vooral in het teken van verbetering van de opvang en rechtspositie van arbeidsmigranten. Daarna krijgen gezinshereniging en gezinsvorming meer gewicht. Rabbae verlegt vervolgens de aandacht naar een fundamentelere vraag: hoe kunnen mensen duurzaam deelnemen aan de Nederlandse samenleving? Niet de migrant als tijdelijke buitenstaander, de burger die mede vormgeeft aan de samenleving komt centraal te staan.
Zo verbindt hij het klassieke migrantenwelzijn met een bredere visie op gemeenschapsvorming. Integratie krijgt bij hem niet in de eerste plaats gestalte in Den Haag, maar in het alledaagse leven en in sociale verbanden. Juist daar ontstaan wederzijds vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid en burgerschap. Die visie sluit nauw aan bij de ontwikkeling van het opbouwwerk, dat in dezelfde periode steeds sterker inzet op bewonersparticipatie en gemeenschapsvorming.
Laveren tussen twee werelden
Die positie is niet zonder spanning. Vanaf de jaren zeventig groeit het aantal migrantenzelforganisaties dat onafhankelijk van de traditionele welzijnsinstellingen wil werken. Rabbae bevindt zich daarbij in een dubbelrol: hij is medeoprichter van het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) en geeft tegelijk leiding aan een instelling die nauw samenwerkt met de overheid.
Juist daardoor beweegt hij zich voortdurend tussen verschillende werelden. Hij begrijpt de taal van bestuurders én die van migranten. Hij weet het vertrouwen van migrantengemeenschappen te behouden zonder het gesprek met overheid en instellingen uit de weg te gaan. Dat vraagt om diplomatie, geduld en een groot vermogen om tegenstellingen te overbruggen.
Die verbindende rol past bij zijn karakter. Later vertelt hij dat hij als jongen tijdens het voetbal op de stranden van Marokko vaak degene is die ruzies weet te sussen. Die eigenschap blijft hem zijn hele leven kenmerken. Hij luistert aandachtig, spreekt zorgvuldig en zoekt steeds naar overeenkomsten zonder zijn overtuigingen prijs te geven.
Gaandeweg verhardt het maatschappelijke debat over immigratie en integratie. Rabbae blijft consequent vasthouden aan de uitgangspunten die zijn loopbaan vanaf het begin kenmerken: gelijkwaardigheid, democratische rechtsstatelijkheid en dialoog. Hij kant zich fel tegen elke vorm van discriminatie en racisme. Tegelijkertijd benadrukt hij dat samenleven een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
Multicultureel opbouwwerk
Tussen 1975 en 1995 drukt Mohamed Rabbae een duidelijk stempel op het multiculturele opbouwwerk in Nederland. Onder zijn invloed verschuift de blik: migranten worden niet langer vooral gezien als tijdelijke gasten die opvang nodig hebben. Zij worden benaderd als inwoners die hier een toekomst opbouwen. Daarmee verlegt hij het accent van doelgroepenbeleid naar volwaardig burgerschap.
Rabbae is één van de eersten die integratie vanuit een burgerschapsperspectief bekijkt. Al in 1979 schrijft hij in een opinieartikel “dat de “gastarbeiders” van het eerste uur hun tijdelijkheids-vleugels hebben laten varen voor een permanent nest in Nederland.” Hij bepleit volwaardig burgerschap voor hen, een radicale visie toentertijd.
Zijn betekenis reikt daardoor verder dan migrantenemancipatie. Rabbae behoort tot de generatie vernieuwers die duidelijk maakt dat een democratische samenleving vorm krijgt in buurten waar mensen elkaar leren kennen, verschillen overbruggen en verantwoordelijkheid delen. Daarmee verbindt hij het migratievraagstuk aan de kern van het opbouwwerk: sterke gemeenschappen ontstaan waar mensen daadwerkelijk kunnen meedoen.
Voor Mohamed Rabbae is bruggen bouwen geen vrijblijvend idealisme, maar democratisch vakmanschap. Hij verbindt de emancipatie van migranten met buurtgericht werken in een multiculturele samenleving. Juist die combinatie maakt hem tot een markante pleitbezorger én een pionier. Daarom verdient hij een blijvende plaats in de geschiedenis van de samenlevingsopbouw.
Auteur: Henk Krijnen
Publicatiedatum: 28 april 2026
