Historisch Centrum Sociaal Werk
Zonder verleden geen toekomst
NL | EN

Iconische buurtmakers

Wie heeft er een blijvend stempel gedrukt op de samenlevingsopbouw? Grondleggers en voortrekkers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een vakgebied. In deze serie, oorspronkelijk gepubliceerd op Buurtwijs, portretteert Henk Krijnen buurtmakers die op een eigenzinnige en unieke manier hun sporen hebben verdiend.

De vader van de speeltuinbeweging

UILKE KLAREN

UILKE KLAREN (De vader van de speeltuinbeweging)

Wie aan de geschiedenis van het buurtwerk denkt, denkt zelden aan een speeltuin. Toch begint daar een belangrijk hoofdstuk. Met de oprichting van de eerste volksspeeltuin aan het begin van de twintigste eeuw laat Uilke Jans Klaren zien dat een buurt sterker wordt wanneer bewoners zelf verantwoordelijkheid nemen voor een gemeenschappelijke voorziening. Voor hem is de speeltuin geen verzameling speeltoestellen, maar het sociale hart van de wijk: een plek waar kinderen ravotten, buurtgenoten elkaar treffen en gemeenschapszin opbloeit.

Kinderen spelen graag buiten, vooral samen met vriendjes en vriendinnetjes, en bij voorkeur onbespied door volwassenen. Rond 1900 is het gebrek aan speelruimte in ons land bijzonder nijpend. De uitdaging is op dat moment heel concreet: letterlijk ruimte vrijmaken voor kinderen in verpauperde arbeidersbuurten.
In de tweede helft van de negentiende eeuw barsten de steden uit hun voegen. In enkele decennia verdubbelt de bevolking. Mensen wonen bovenop elkaar in woningen van slechte kwaliteit. In de oude binnensteden maar ook in de nieuwere volksbuurten stapelen de sociale problemen zich op. Niet voor niks wordt na grote maatschappelijke druk in 1901 de Woningwet ingevoerd.

Willekeurige filantropie
De maatschappelijke elite maakt zich zorgen over de toenemende armoede en onrust in de overvolle steden. Tijd voor een beschavingsoffensief, denkt men. Net als volwassenen moeten ook kinderen uit de lagere sociale klassen worden opgevoed tot verantwoordelijke burgers. Spelen krijgt daarmee meteen een zware opvoedkundige lading.

In 1880 opent aan het Amsterdamse Weteringplantsoen de eerste openbare speeltuin van Nederland. In de twintig jaar daarna volgen op bescheiden schaal soortgelijke initiatieven in andere steden. De voortrekkers komen vooral uit de gegoede, sociaalliberale burgerij. Hun inzet is oprecht, maar de speeltuinen uit die tijd zijn te veel afhankelijk van willekeurige liefdadigheid. Er zijn er dan ook maar weinig, waar bijkomt dat ze zeer krap bij kas zitten en doorgaans slecht onderhouden worden. Speeltoestellen staan hutjemutje en het toezicht is beperkt. Daardoor overheerst het recht van de sterkste. 'Geregeld schoolbezoek' is in veel gevallen een voorwaarde om te worden toegelaten. Juist de kinderen die de speelruimte het hardst nodig hebben, vallen daardoor buiten de boot. En wie wel binnenkomt, voelt zich lang niet altijd welkom.

Een Friese arbeidersjongen
Socialisten keren zich aan het einde van de negentiende eeuw tegen het burgerlijke beschavingsideaal en de paternalistische opvatting dat arbeiderskinderen door welgestelde burgers moeten worden opgevoed tot beschaafde kinderen. 
Eén van de scherpste critici is de socialistisch geïnspireerde scheepstimmerman Uilke Jans Klaren. Hij groeit op in een turfwerkersgezin in het Friese Tjalleberd. Zijn jeugd staat in het teken van hard werken en schaarste. Hij heeft een goed verstand en lijkt zelfs onderwijzer te kunnen worden. De armoede van het gezin beslist echter anders. Op twaalfjarige leeftijd verlaat hij het ouderlijk huis om bij een baas te gaan werken. Het gezin kan het extra inkomen dat hij verdient niet missen.
In de hoop op een beter bestaan verhuist Uilke kort voor zijn dertigste met zijn jonge gezin naar Amsterdam. Zij strijken neer in de pas gebouwde Czaar Peterbuurt, waar veel havenarbeiders wonen. De wijk biedt weinig speelruimte: groen ontbreekt vrijwel volledig en de straten zijn krap. Kinderen spelen er te midden van verkeer, pakhuizen en havenbedrijvigheid.
Klaren maakt als scheepstimmerman werkweken van vijftig tot zestig uur. Toch houdt hij oog voor wat er dagelijks om hem heen gebeurt. Hij ergert zich aan burgers die klagen over de arbeidersjeugd, maar weinig doen om hun leefomstandigheden daadwerkelijk te verbeteren. 'Niet de jeugd is misdadig, maar de samenleving, want zij ontneemt de jeugd alle gelegenheid tot spelen', luidt een bekende uitspraak van hem. Vanuit die gedachte wil hij een eigen buurtspeeltuin oprichten: geen plek voor voorbeeldige kinderen, maar een vrije ruimte beheerd door buurtbewoners zelf.

De eerste volksspeeltuin
Klaren ontmoet aanvankelijk weinig enthousiasme. Tot zijn teleurstelling ondervindt hij ook binnen de socialistische vakbeweging nauwelijks steun. Voor de aanleg van een speeltuin heeft hij een lening van duizend gulden uit de nodig. Hij stelt voor dat geleende bedrag later uit de contributies van de leden van de speelvereniging terug te betalen. Zijn medevakbondsleden zien er niets in. Nota bene zijn velen van hen collega-scheepsarbeiders en tevens vaders van kinderen uit dezelfde buurt. Hun reactie is veelzeggend: 'Jij moet je schamen je met zulk kinderachtig werk te gaan bemoeien!' Voor hen draait het om harde arbeidersstrijd. Een speeltuin lijkt daarbij een onbelangrijk zijspoor.
Klaren laat zich niet ontmoedigen. Hoewel hij zich laat inspireren door hoogdravende socialistische idealen, is hij geen dogmaticus. Hij vindt dat mensen zélf het voortouw moeten nemen. Niet liefdadigheid of overheidszorg, maar gezamenlijk initiatief in de eigen leefomgeving – daar draait het voor hem om. 
In 1902 slaagt hij erin zijn droom werkelijkheid te maken. Op de Amsterdamse Oostelijke Eilanden, waar ook de Czaar Peterbuurt ligt, richt hij de Oosterspeeltuin op, de eerste volksspeeltuin van Nederland

Hart van de buurt
Van meet af aan staat voor Klaren vast dat een speeltuin alleen kan slagen als bewoners zich mede-eigenaar voelen. Daarom kiezen hij en zijn medestanders voor zelfbeheer. Ouders organiseren activiteiten, onderhouden het terrein en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken. Afhankelijkheid van de overheid of van weldoeners wijst Klaren bewust van de hand. Juist doordat bewoners zelf financieel bijdragen en er samen de schouders onder zetten, ontstaat de gewenste betrokkenheid.
Die aanpak blijkt buitengewoon succesvol. Al binnen een jaar telt de Oosterspeeltuin meer dan vijftienhonderd leden. In korte tijd is de speeltuin veel meer dan een plek waar kinderen kunnen schommelen en klimmen. De speeltuin wordt het sociale hart van de wijk. Terwijl kinderen spelen, ontmoeten ouders elkaar, worden ideeën uitgewisseld en ontstaan nieuwe vormen van onderlinge hulp.
In het door architect Berlage ontworpen verenigingsgebouw vinden lezingen, bijeenkomsten en allerlei buurthuisachtige activiteiten plaats. Er komt zelfs een leeszaal. Bijzonder is ook het 'Huis voor Natuurgenot', waar kinderen kennismaken met planten, dieren en de natuur. Spelen, leren en samenleven vormen voor Klaver één geheel.
Een beweging in heel Nederland
De Oosterspeeltuin krijgt al snel navolging. In tal van steden ontstaan speeltuinverenigingen naar Amsterdams voorbeeld. Regelmatig treedt Klaren op als adviseur of inspirator. Zijn praktische aanpak spreekt veel mensen aan. Zij zien dat het mogelijk is om zelf een speeltuin op te richten, mits die vooral steunt op betrokken bewoners. Een groot budget is niet nodig.
Op initiatief van de Bond van Amsterdamse Speeltuinverenigingen ontstaat in 1931 de Nederlandse Unie van Speeltuinorganisaties. Zeven jaar later zijn al meer dan honderd plaatselijke verenigingen bij deze koepel aangesloten. Daarmee ontwikkelt het speeltuinwerk zich tot een landelijke maatschappelijke beweging waarin duizenden vrijwilligers actief zijn.

Kinderen als maatstaf
Ruim een eeuw later zijn de omstandigheden sterk veranderd. Toch woedt ook tegenwoordig een onderhuidse strijd om de openbare ruimte. Hoe groot is die ruimte en wie trekt daar aan de touwtjes? De grond is schaars en er is weinig vrije ruimte, ook vanwege de hoge woningdichtheid en het drukke verkeer. Kinderen zijn in het krachtenveld van de wijk nog altijd een kwetsbare groep.
Uiltje Jans Klaren heeft als bijnaam 'Vader Klaren. Dat is meer dan een eretitel. Zij staat voor een visie waarin maatschappelijke vooruitgang begint bij bewoners die zelf het heft in handen nemen. Voor Klaren is een speeltuin geen luxevoorziening. Het is een onmisbare publieke plek in een buurt waar zowel kinderen als volwassenen baat bij hebben. 
In een tijd waarin dat hoogst ongebruikelijk is, laat hij zien dat bewoners in staat zijn om zelf een duurzame voorziening van de grond te tillen. Klaren verrijkt het maatschappelijk middenveld niet alleen met een nieuwe publieke voorziening, maar ook met een nieuw organisatiemodel: de buurtspeeltuinvereniging. Zijn uitgangspunt is helder: verheffing moet van onderop komen. Juist met die vernieuwende visie behoort Klaren ontegenzeggelijk tot de grondleggers van het moderne buurtgerichte werken in Nederland.

Auteur: Henk Krijnen

Publicatiedatum: 28 april 2026

Bestel nu

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Van der Lans leidt ons op een verhelderende wijze door de geschiedenis van mensen, niet alleen professionals, die werken aan een rechtvaardiger samenleving.’

Fresco Sam-Sin bij OVT