Historisch Centrum Sociaal Werk
Zonder verleden geen toekomst
NL | EN

Iconische buurtmakers

Wie heeft er een blijvend stempel gedrukt op de samenlevingsopbouw? Grondleggers en voortrekkers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een vakgebied. In deze serie, oorspronkelijk gepubliceerd op Buurtwijs, portretteert Henk Krijnen buurtmakers die op een eigenzinnige en unieke manier hun sporen hebben verdiend.

Voorvrouw van de ‘commons’

TINE DE MOOR

TINE DE MOOR (Voorvrouw van de ‘commons’)

Tussen markt en overheid ligt een minder zichtbare, maar maatschappelijk belangrijke wereld: die van coöperaties, burgercollectieven en andere vormen van gezamenlijke actie. Tine de Moor onderzoekt al jaren hoe deze verbanden werken en waar hun veerkracht vandaan komt. Voor haar is collectieve zelforganisatie geen nostalgisch ideaal, maar een eigentijdse en krachtige vorm van maatschappelijke betrokkenheid.

Het van oorsprong Angelsaksische ‘commons’ is een nieuw modebegrip in de sociale sector. Tine de Moor (1975) speelt een vooraanstaande rol in het debat over het maatschappelijk belang van dit bijzondere type gemeenschapsvorming.
Al decennialang zet zij dit onderwerp onvermoeibaar op de kaart in zowel wetenschappelijke kringen (nationaal en internationaal) als in het praktijkveld, en steeds vaker ook bij beleidsmakers en financiers. Maar haar ankerpunt is en blijft de academische wereld.

De term ‘commons’ verwijst naar de meer dan duizend jaar oude traditie van meenten, gemeenschappelijk beheerde weidegrond rondom dorpen. Ze verwijst ook naar de latere en meer bekende traditie van gilden en waterschappen. Aan het eind van de negentiende eeuw komt er een tweede golf. Ditmaal gaat het vooral om coöperaties: onderlinge verzekeringen, kredietbanken, samenwerkingsverbanden in de landbouw, winkelketens – noem maar op. Het initiatief komt vaak voort uit politieke of kerkelijke kring. Inmiddels bevinden we ons midden in een derde golf, die vanaf de eeuwwisseling opkomt.


Habitat Gent
De Moor is geboren en getogen in Gent, eeuwenlang een toonaangevende stad in de Lage Landen. Patriciërs, ambachtslieden en gilden drukten er hun stempel. De coöperatieve traditie leeft er nog altijd voort, zichtbaar in de vele burgerinitiatieven die de afgelopen decennia zijn ontstaan. Gent is nog steeds de woonplaats van De Moor, haar partner, dochter en naaste familie.

Hoewel het grootste deel van haar carrière zich in Nederland afspeelt, blijft ze al die tijd in Gent wonen. Ze is nauw betrokken bij diverse Vlaamse coöperatieven en was voor de partij Groen ook drie jaar lid van de gemeenteraad. Dankzij haar lokale bekendheid wordt ze met voorkeursstemmen verkozen.


Superspecialisatie
Van meet af aan specialiseert De Moor zich in de geschiedenis en het functioneren van de ‘commons’. Steeds houdt ze aan die keuze vast. Na voltooiing van haar studies geschiedenis en milieukunde promoveert zij op 28–jarige leeftijd aan de Gentse universiteit op een proefschrift over ‘gemene gronden’ in het Vlaanderen van de achttiende en negentiende eeuw.

In 2012 wordt ze hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht met als leeropdracht ‘Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief’. Ook internationaal laat Tine de Moor zich niet onbetuigd. Ze is medeoprichter en redactielid van de International Journal of the Commons en is twee jaar president van de International Association for the Study of the Commons. Sinds 2020 is ze bijzonder hoogleraar ‘Sociale ondernemingen en instituties voor collectieve actie’ aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit.


Diepere wortels
Het economische principe van de ‘commons’ is simpel: het delen van natuurlijke hulpbronnen, ruimte, diensten of goederen door burgers biedt aanzienlijke voordelen. De burgerinitiatieven in de derde golf beslaan een breed spectrum. Op buurt– en dorpsniveau zijn allerhande coöperaties actief, vooral woon–, energie – en zorgcoöperaties. Op het platteland zijn coöperaties voor duurzame landbouw in trek en ook Broodfondsen, een collectieve voorziening voor zzp’ers bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, zijn populair.

Regelmatig wordt gesuggereerd dat ze zijn ontstaan door de economische crisis van 2008. Maar volgens De Moor is dit onjuist. De crisis heeft hooguit een aanjagend effect. Moderne burgercollectieven op coöperatieve basis kunnen wél worden gezien als een antwoord op de privatisering vanaf de jaren negentig. Coöperaties vullen het gat dat tussen markt en overheid ontstaat. Wie geen oog heeft voor de dieperliggende wortels van deze verbanden mist de essentie ervan: de behoefte om je te verbinden met andere burgers, om persoonlijk iets waardevols te doen, om maatschappelijke impact te hebben.


Niet vrijblijvend
In plaats van ‘commons’ gebruikt De Moor ook de begrippen ‘onafhankelijk burgercollectief’ en ‘instituties voor collectieve actie’. Maar haar voorkeur lijkt uit te gaan naar de term ‘coöperaties’.

Betrokkenheid bij dit soort verbanden schept in haar ogen verplichtingen. Deelname is geen vrijblijvende verbintenis, lichtvaardig in- en uitstappen is geen optie. De aard van dit soort zelforganisaties vereist een serieus commitment. De aangesloten burgers willen in een basale behoefte voorzien. Vluchtig sociaal idealisme vormt bepaald niet de drijvende kracht. 

Coöperaties vergen structurele samenwerking op langere termijn. Op een heel concrete manier maatschappelijke uitdagingen tegemoet treden, daar draait het om.


Aantrekkingskracht van coöperaties
Coöperaties zijn een soort vrije ruimte. De deelnemers zijn baas in eigen huis. Ze voeren hun eigen agenda en bepalen met elkaar hoe ze te werk gaan. Onderling worden regels vastgesteld over de werkwijze van het collectief.

Sociale gelijkwaardigheid van de leden is een sleutelvoorwaarde. Volgens De Moor werken sancties niet, vergaderen wel. De organisatiewet is: hoe meer sanctionering, hoe korter de levensduur. Vertrouwen in elkaar is de basis.

Door de lokale aanpak en de korte lijnen hebben coöperaties een voorsprong op vergelijkbare – commercieel opererende – tegenhangers. Ze kennen de behoeften van burgers beter, werken goedkoper, beschikken over een lokaal netwerk en draaien op gemotiveerde mensen. Daar komt bij: ze hebben geen winstoogmerk en de opbrengsten vloeien terug naar het collectief.


Kleinschaligheid versus schaalvergroting
De kunst is om een robuust verdienmodel te vinden. Al is het maar om de concurrentieslag met commerciële partijen aan te kunnen. Belangrijk is wel dat de betrokkenen achter de aangeboden producten en diensten blijven staan, ook al is dit financieel lastig.

Voor de bestuurbaarheid op de lange termijn is een positief zelfgevoel alleen niet genoeg. Een efficiënte organisatie van het werk, een productieve bedrijfscultuur en een innovatieve houding zijn onmisbaar. De kleinschaligheid van coöperaties is daarbij een duidelijke kracht. Intensief contact en sterke sociale cohesie bevorderen de samenwerking. In zo’n hechte organisatie valt het bovendien sneller op wanneer leden wel profiteren, maar weinig bijdragen. Tegelijk helpt schaalvergroting coöperaties om financieel overeind te blijven en meer maatschappelijke invloed te krijgen.


Netwerkstrategie
Maar er is ook een kritische grens: bij een te grote afstand tussen top en basis liggen bureaucratisering en demotivatie op de loer. Het is dus zaak om alert te zijn. Kleinschaligheid (als kwaliteit) en schaalvergroting (als noodzaak) botsen met elkaar. Daarom volgen coöperaties tegenwoordig een netwerkstrategie

In verschillende maatschappelijke domeinen bestaan nu belangenorganisaties waar lokale coöperaties zich bij kunnen aansluiten. In deze communities steunen ze elkaar door uitwisseling van expertise, delen ze praktijkgebonden inzichten en wordt een algemene visie ontwikkeld over de maatschappelijke waarde van hun kernactiviteit. Ook lobbyen ze vanuit dit soort platforms voor hun belangen, promoten ze zichzelf en proberen ze beleidsmakers aan hun kant te krijgen. Hot item is verbetering van de financiering.

Collectieve Kracht
Tine de Moor heeft flink wat publicaties op haar naam staan. Ook is ze vaak geïnterviewd en staat ze aan de wieg van vele onderzoeken. Daarnaast heeft zij vanuit haar functie als hoogleraar aan de Rotterdamse universiteit de community Collectieve Kracht opgezet. Dit initiatief ontwikkelt zich in korte tijd tot een gezaghebbend kennisplatform van en voor allerlei verschillende burgercollectieven. Wederkerigheid is net als bij coöperaties belangrijk: wie kennis haalt, brengt ook kennis – en andersom.

De Moor waakt voor burgerschapsromantiek. Voor haar zijn de moderne ‘commons’ geen idyllisch alternatief, maar een serieuze en snel belangrijker wordende tussenruimte tussen markt en staat. In coöperaties ziet zij bezielende verbanden waarin burgers verantwoordelijkheid nemen, belangen bundelen en concrete oplossingen organiseren. Juist daarom beschouwt zij deze initiatieven als dragende krachten van een groeiend, veelkleurig en vitaal middenveld. Meer inzicht in deze instituties is voor haar geen academische luxe, maar een maatschappelijke noodzaak. Wie wil begrijpen hoe burgers vandaag hun samenleving mede vormgeven, kan niet om Tine de Moor heen.

Auteur: Henk Krijnen

Publicatiedatum: 2 mei 2026

Bestel nu

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Van der Lans leidt ons op een verhelderende wijze door de geschiedenis van mensen, niet alleen professionals, die werken aan een rechtvaardiger samenleving.’

Fresco Sam-Sin bij OVT